Mieren zijn voortdurend op zoek naar voedsel. Daarbij volgen ze geursporen die door andere mieren zijn achtergelaten of verkennen ze actief hun omgeving. Ze kunnen grote afstanden afleggen en gebruiken chemische signalen om met de andere leden van hun kolonie te communiceren.
Hun voedselvoorkeur verschilt naargelang de soort. Sommige mieren worden vooral aangetrokken door zoete voedingsmiddelen, zoals fruit, honing en suikerhoudende vloeistoffen. Andere geven de voorkeur aan eiwitrijke voedselbronnen, zoals dode insecten, zaden of dierlijke resten.
Mieren zijn sociale insecten en delen voedsel met elkaar via een proces dat trofallaxis wordt genoemd. Werksters verzamelen voedsel en brengen het terug naar het nest, waar het wordt verdeeld onder de andere mieren, waaronder de larven en de koningin. Zo krijgt de hele kolonie voldoende voedsel en blijft de sociale samenhang behouden.
Wanneer mieren een voedselbron in uw woning ontdekken, kunnen ze al snel voor overlast zorgen. Ze trekken massaal naar keukens, voorraadkasten en afvalbakken op zoek naar voedsel. Een goede hygiëne, het bewaren van voedingsmiddelen in goed afgesloten verpakkingen en het regelmatig schoonmaken van plaatsen die mieren aantrekken, helpen om het risico op een plaag te verkleinen.